Schoolgids
2026-2027Slagingsregeling
Praktijkonderwijs
Op de afdeling Praktijkonderwijs kijken leraren naar wat leerlingen kunnen. Dit noemen we competenties. Dit betekent dat leerlingen laten zien dat ze bepaalde vaardigheden hebben en kunnen gebruiken in verschillende situaties.
De school wil dat leerlingen nadenken over hun eigen ontwikkeling. Daarom leren leerlingen om kritisch naar zichzelf en hun werk te kijken. De leerlingen gebruiken hulpmiddelen om zichzelf te beoordelen.
Leerlingen verzamelen hun werk, beoordelingen en eigen gedachten in een portfolio. De mentor bespreekt dit portfolio regelmatig met de leerling. Zo kijken ze samen hoe het gaat en wat de volgende stappen zijn in de ontwikkeling.
De ontwikkeling van de leerling wordt vastgelegd in een plan: het individueel ontwikkelplan (IOP) of het ontwikkelingsperspectiefplan (OPP). De mentor bespreekt het IOP of OPP samen met de leerling en de ouders/verzorgers. Leerlingen mogen hun mening geven over het maken en aanpassen van het plan. De leerling en zijn ouders/verzorgers ondertekenen het plan samen.
Leerlingen krijgen twee keer per jaar een rapport. Hierin staat wat ze al goed kunnen. Ook maken ze twee keer per jaar een toets voor Nederlands en rekenen (de JIJ!-toets). De resultaten worden besproken en opgenomen in het plan.
Leerlingen in het praktijkonderwijs doen geen eindexamen. Zij krijgen een diploma als zij laten zien dat ze zich goed hebben ontwikkeld, bijvoorbeeld met hun portfolio. De afspraken over diplomering staan in het diplomareglement PrO.
Vmbo-mavo
Schoolexamen
De leerling begint in leerjaar 3 al met het examenprogramma. Aan het begin van dit jaar krijgt de leerling informatie over het examen en een overzicht van alle toetsen (PTO/PTA). Hierin staat wat de leerling per vak moet doen.
Alle toetsen in leerjaar 3 tellen mee voor de overgang naar leerjaar 4. Er zijn twee soorten toetsen:
- PTO-toetsen: deze tellen niet mee voor het schoolexamen;
- PTA-toetsen: deze tellen wel mee voor het schoolexamen.
Voordat een leerling meedoet aan het centraal examen, moeten alle PTA-onderdelen afgerond zijn.
Voor sommige vakken is er alleen een schoolexamen. Dit geldt voor maatschappijleer, lichamelijke opvoeding, kunstvakken 1 (CKV), het praktijkgericht programma (PGP) en de beroepsgerichte keuzevakken. Daarnaast moet de leerling aan het einde van leerjaar 3 de maatschappelijke stage goed hebben afgerond. Ook moet het loopbaandossier in orde zijn.
Basis en kader
In de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg maken de leerlingen voor het beroepsgerichte deel een centraal schriftelijk/praktisch examen (CSPE). Dit gebeurt aan het einde van leerjaar 3. Daarnaast maken de leerlingen een examen in de theorievakken die horen bij hun profiel. Dit theorie-examen wordt afgenomen in leerjaar 4 in mei en juni. Het eindcijfer voor een vak bestaat uit het gemiddelde van de cijfers van het schoolexamen en het centraal examen. In het examenreglement van het Fioretti College staat aan welke regels een leerling moet voldoen om te slagen.
Tweede vmbo-diploma basisberoepsleerlingen
Leerlingen basisberoeps kunnen na hun basisdiploma een tweede vmbo-diploma behalen. De leraren moeten daarvoor een positief advies geven. De leerling kan dan in het examenjaar van het kaderniveau opgaan voor het kaderdiploma.
Mavo
De centrale examens vinden plaats in mei en juni. De data van de examens worden landelijk bepaald. Het eindcijfer voor een vak bestaat uit het cijfer van het schoolexamen en het centraal examen samen. In het examenreglement van het Fioretti College staat aan welke regels een leerling moet voldoen om te slagen.