Spring naar content

Slagingsregeling

Praktijkonderwijs 

De afdeling Praktijkonderwijs beoordeelt leerlingen op competenties. Dat betekent dat wordt gekeken of een leerling basisvaardigheden beheerst en toepast in verschillende situaties. De afdeling wil dat leerlingen zich bewust zijn van hun eigen pad en stimuleert leerlingen om kritisch naar hun eigen handelen en werk te kijken. Daarvoor gebruikt de afdeling Praktijkonderwijs een aantal zelfbeoordelingsinstrumenten. Leerlingen verzamelen bewijzen, reflecties en beoordelingen in hun portfolio. De mentor bespreekt tijdens coachingsgesprekken de inhoud van het portfolio met de leerling. Daarnaast bekijkt hij waar de leerling staat in zijn leerpad. 

Het didactisch en pedagogisch handelen wordt vastgelegd in een individueel ontwikkelplan (IOP) of ontwikkelingsperspectiefplan (OPP). Leerlingen hebben hoorrecht bij het vaststellen van het OPP, wat betekent dat zij inspraak hebben over het vaststellen, wijzigen en evalueren van hun OPP. De mentor bespreekt het IOP of OPP met ouders/verzorgers tijdens het IOP-/OPP-/oudergesprek. Het IOP of OPP wordt door de leerling, ouder/verzorger en mentor ondertekend. De leerling krijgt twee keer per jaar een rapport. Het rapport laat zien op welk niveau de leerling de competenties beheerst. Daarnaast krijgt de leerling twee keer per jaar een toets (de JIJ!-toets) voor de basisvaardigheden Nederlands en rekenen. De resultaten van deze toetsen en de competenties worden in het IOP/OPP opgenomen en besproken tijdens de IOP-/OPP-/oudergesprekken. 

Leerlingen in het praktijkonderwijs krijgen geen eindexamens. Zij krijgen een diploma als zij het praktijkonderwijs succesvol hebben doorlopen en dit kunnen laten zien met portfoliobewijzen. De afspraken over diplomering zijn verzameld in het diplomareglement PrO. 

 

Vmbo-mavo

Schoolexamen

De leerling begint al in de derde klas aan het examenprogramma. Aan het begin van het derde leerjaar krijgt de leerling het examenreglement en het PTO/PTA. In het PTO/PTA staat wat de leerling voor ieder vak moet doen. Alle toetsen in leerjaar 3 tellen mee voor de overgang naar leerjaar 4. De toetsen zijn onderverdeeld in PTO-toetsen (PTO = Programma van Toetsing en Overgang) en PTA- toetsen (PTA = Programma van Toetsing en Afsluiting). PTO’s tellen niet mee voor het schoolexamen. PTA’s tellen wel mee voor het schoolexamen.  

Voordat de leerling meedoet aan de centrale (landelijke) examens, moeten alle onderdelen van het schoolexamen (PTA) zijn afgerond. De vakken maatschappijleer, lichamelijke opvoeding, kunstvakken 1 (CKV), het praktijkgerichte programma en de keuzevakken beroepsgericht kennen alleen een schoolexamen. De Maatschappelijke Stage moet eind leerjaar 3 naar behoren zijn afgerond en het loopbaandossier moet op orde zijn. 

 

Centraal Schriftelijke en Praktische Examens

In alle leerwegen maakt de leerling voor het beroepsgerichte programma ook een centraal praktisch/schriftelijk examen (CSPE). Dit gebeurt aan het einde van leerjaar 3. 

 

Basis en kader

Het cijfer van het schoolexamen en van het centraal examen vormen samen het definitieve eindcijfer. In het examenreglement van het Fioretti College staat aan welke normen de leerling moet voldoen om te kunnen slagen.  

 

Tweede vmbo-diploma basisberoepsleerlingen 

Leerlingen basisberoeps kunnen na hun basisdiploma een tweede vmbo-diploma behalen. De leraren moeten daarvoor een positief advies geven. De leerling kan dan in het examenjaar van het kaderniveau opgaan voor het kaderdiploma. 

 

Mavo

In mei en juni worden de centrale eindexamens afgenomen. De afnamedata worden landelijk bepaald. Het cijfer van het schoolexamen en van het centraal examen vormen samen het definitieve eindcijfer. In het examenreglement van het Fioretti College staat aan welke normen de leerling moet voldoen om te kunnen slagen.